|
Het gebruik
van de Krachtwijken moet centraal staan, en niet de gebouwde omgeving
van, en de gebouwen in die Krachtwijken. Dit geldt volgens ons (VWNL/Rob
van der Bijl) voor alle probleemwijken, en dus voor elke wijk die verbetering
verdient. Hieronder vatten we onze visie kort samen. Recentelijk is
onze visie bevestigd door een nieuw aanpak in Zweden (zie epiloog).
Geschiedenis van 25 jaar 
De afgelopen
25 jaar is het fenomeen 'sociale veiligheid' meer in meer in de belangstelling
komen te staan. Aanvankelijk werd het beschouwd als een speeltje voor
vrouwen met belangstelling voor de bouw, later raakten politie en stedebouwkundigen
van het belang ervan doordrongen. Zo geraakte de 'Defensible Space'
theorie van Oscar Newman vertrouwd. En momenteel is sociale veiligheid
maatschappelijk geaccepteerd en wordt het als vanzelfsprekend meegenomen
in beleids-, ontwerp- en planningsprocessen.
Te veel technopreventie 
Ondanks
deze succesvolle geschiedenis is het fenomeen sociale veiligheid inhoudelijk
allerminst uitgekristalliseerd. Theorie en instrumentarium zijn zelfs
nauwelijks verder ontwikkeld dan in de 'vroege jaren'. Er ligt te veel
nadruk op technopreventie en (stede)bouwkundige ingrepen. De vele vormen
van gebruik, dat wil zeggen bedoeld maar ook onbedoeld gebruik, worden
onderschat.
Onder druk 
Aan een
eenzijdig op bouwkundige en technische maatregelen gestoelde benadering
kleven grote gevaren. Op den duur werken deze maatregelen contraproductief,
vergroten ze veeleer maatschappelijke tegenstellingen, en zal op den
duur sociale veiligheid onder druk komen te staan..
Hoe verder? 
Hoe verder?
Niet de gebouwde omgeving, en niet de fysieke structuur van een wijk
of bouwwerken moeten centraal staan, maar het gebruik van die omgeving,
van die wijk en gebouwen. Binnen zo'n perspectief kunnen keurmerken
en 'checklists' behulpzaam zijn. En kunnen inspirerende voorbeelden
het dagelijks werk ondersteunen. Juist goed gedocumenteerde voorbeelden
(zoals onze case studie van het Slachthuisterrein in Den Haag) zullen
er toe bijdragen dat niet telkens het wiel opnieuw moet worden uitgevonden.
Epiloog: Nieuws uit Zweden 
Stockholm-Strandliden
25 mei 2005
Binnenlands
Bestuur van 1 mei 2009 (Hans van Boxtel) bericht over recente ontwikkelingen
in Zweden. Ook daar zijn probleemwijken die wij hier in Nederland krachtwijken
noemen. Volgens de nieuwste inzichten in Zweden "is de aanpak
van de krachtwijken niet gebaat bij projectmatig werken. De vele projecten
maken het ingewikkeld en leiden niet tot een blijvend resultaat. Deze
kritiek kwam naar voren tijdens een recente bijeenkomst van onderzoekers
en beleidsmakers uit Nederland, Zweden, Groot-Brittanië, Frankrijk
en Duitsland. Bij die bijeenkomst, georganiseerd door kennisinstituut
Nicis, werd de werkwijze in deze landen met elkaar vergeleken. De overeenkomsten
zijn groot, maar vreemde eend in de bijt blijkt Zweden.
Volgens Evert Kroes van het Zweedse ministerie van Integratie heeft
zijn land het werken op projectbasis in de achterstandswijken uitgebannen.
Zijn ministerie speelt een centrale rol in de aanpak van die wijken.
Zweden voert al vijftien jaar een grotestedenbeleid. Kroes: Projecten
zijn tijdelijk, dat was tot twee jaar geleden de oude aanpak. We hebben
een probleem, we doen een project. We constateerden dat die werkwijze
geen blijvend resultaat oplevert.
Het steeds maar weer starten van nieuwe projecten leidt volgens hem
al snel tot de oprichting van - tijdelijke - organisaties en overlegstructuren
die weer verdwijnen als het werk is gedaan. Ook dat komt de duurzaamheid
van het achterstandsbeleid niet ten goede.
Zweden kiest er nu voor om de al bestaande lokale organisaties
het werk te laten doen. We gaan helemaal uit van wat er op lokaal niveau
is, zoals verenigingen, bedrijfsleven, arbeidsbemiddeling en politie.
Daarmee wordt ook voorkomen dat er vrijblijvendheid tussen partijen
insluipt en dat de nieuwe organisaties speelbal worden van
de politiek, die snel resultaten wil zien. Bestaande organisaties zijn
beter bestand tegen bestuurlijke druk. Zweden financiert dus geen
aparte projecten meer in de achterstandswijken.
Daarvoor in de plaats wordt er gewerkt met overeenkomsten tussen de
gevestigde partijen. Zij zoeken naar gezamenlijke doelstellingen,
ze leggen dat vast in een contract en houden de voortgang erin met concrete
actiepunten. De focus van Zweden ligt daarbij op lokale economische
groei. Zonder groei geen vooruitgang in de achterstandwijk,
is de nieuwe filosofie. Daarvoor worden op lokaal niveau formele samenwerkingsovereenkomsten
afgesloten met het bedrijfsleven."

Het Slachthuisterrein
in Den Haag.
Deze wijk is één van de case studies van VWNL, annex Predore.
VERANTWOORDING
Deze tekst is een samenvatting van diverse presentaties, onder andere
voor de Studiedag Veiligheid in de wijk (Studiecentrum voor Bedrijf
en Overheid), Utrecht, 12 juni 2008.
Tekst & foto's: (C) Rob van der Bijl, 2009
INFORMATIE
Rob van der Bijl - rajvdb@xs4all.nl
LINKS
Dossier
Krachtwijken van NICIS

Home
|